verhaal_het gaat goed_selfet kose

Ik heb het best goed, eigenlijk

Ik lig in de tuin, achter het huis. Ik voel me best goed, eigenlijk.

Mensen vinden me mooi. Mensen vinden me er verzorgd uitzien. De buren kijken graag naar me. Ze praten over me. Op verjaardagen. Als de koffie voorbijkomt. De buren willen mij. Ze willen liever mij dan die van hun. Nee, ik mag er best wezen, eigenlijk.

Ik heb geen naam, toch ben ik iemand. Ik ben niet getrouwd, maar dat is ook niets voor mij. Ik ben jong, sterk en vol verlangen. Ik heb een hele zomer voor me. De kriebels van april, de lust van juli en het avondrood van september; Ik heb alles. In elke tuin, in elk park, in elke wei. Nee, ik ben best gelukkig, eigenlijk.

Ik heb niks te klagen, heb ruimte zat met een wit hek eromheen. En van alles heb ik twee. Twee bomen, twee struiken, twee stoelen. Zelfs twee vogelhuisjes met twee openingen en twee stokjes. Maar ik heb maar één zon. Die schijnt dan wel de hele dag, hier op het zuiden. Zelfs wanneer het regent. Daar hou ik ook wel van, regen. Zon en regen. Dat is toch weer twee. Ik heb twee van alles. Nee, ik heb het best goed, eigenlijk.

In mijn vrije tijd doe ik niet zo veel. Buiten mijn vrije tijd ook niet, eigenlijk. Wat is vrije tijd? Is dat de tijd waarin je niets of iets doet? Ik doe niets. Heb ik dan wel vrije tijd? God, ik heb geen vrije tijd! Nee wacht, ik doe wel iets. Ik lig in de tuin en ik ben groener dan die van de buren aan het wezen. De hele dag. Dus ik heb best veel vrije tijd, eigenlijk.

Maar toch. Ondanks alles denk ik maar aan één ding: ik wil haar. Ik wil de buurvrouw. Ik wil dat de buurvrouw op me komt liggen. Ik wil dat de buurvrouw op mij komt liggen en dat ik haar hele lijf kan voelen.  Ik wil haar naakte lijf op mij en haar van top tot teen kietelen. Ik wil dat ze me voelt; in haar nek, tussen haar oksels, tussen haar dijen. Elke vezel in haar lijf wil ik laten sidderen van genot en laten kronkelen om meer, net zo lang de zomer het toelaat. Haar huid, dat is wat ik wil, eigenlijk.

Ze slaapt nog, denk ik. Haar gordijnen zijn nog dicht. Straks zal ze weer een glimp van me opvangen. Het wordt hoe dan ook een mooie dag vandaag. De sproeier gaat straks aan en ik heb weinig te klagen. God, wat heb ik weinig om te klagen.

Syndroom van Down

Alles wordt normaal

Joost Spijkers zong het al: “Alles slijt, alles wordt glad. Als je alle seizoenen maar een keer hebt gehad.” Het is zo normaal geworden dat ik een dochtertje heb, dat ik het me niet kan voorstellen dat ze er niet is. Zelfs haar litteken op haar borst of dat ze het syndroom van Down heeft: ik zie het niet eens meer. Dat is anders geweest hoor. Toen we het nieuws voor het eerst hoorden: onbetaalbaar. Dat vonden we zó leuk, het was de mooiste dag van mijn leven.

We wisten het al voor dat ze werd geboren. Op de 20 weken echo zagen ze dat ons dochtertje een gat in haar hart heeft. Als ouder hoop je er toch een beetje op, maar als het dan waarheid wordt, nou, je gelooft het bijna niet. En met een beetje mazzel beginnen ze ook over chromosomale afwijkingen. Probeer je dan nog maar in te houden. We werden gek van geluk. Zo’n groot gat en dan ook nog syndroom van Down? Het ziekenhuis deed er echter heel mild over, heel serieus zelfs. Maar dat is de wetenschap natuurlijk. “Het is nog niet zeker he? Het kan ook zijn dat jullie dochter geen Down heeft maar alleen een hartwijking”. Ja dat zal wel, maar je mag toch best een beetje hopen?

Een week na het nieuws hebben we een NIPT laten doen om het zeker te weten. We moesten 10 dagen wachten op de uitslag. Op de Veluwe hebben mijn vrouw en ik allebei een brief geschreven. Je mocht zelf weten aan wie. Die zouden we dan verzegelen en na één jaar openen. Ik heb God een brief geschreven. Dat ik hoop dat onze dochter Down heeft. Dat het ook goed is als ze geen Down heeft. Maar of hij misschien iets kon doen. Ik weet dat zo’n vraag niet de bedoeling is, maar toch, ik kon het altijd proberen. Bij wie kon ik anders terecht?

Nou en toen kwam het hoor. Per telefoon. We waren thuis. Twee borden, twee boterhammen. De ene was geroosterd, de andere niet. Maar allebei met hagelslag. En op de achtergrond ging de telefoon van mijn vrouw. Ik heb onmiddellijk een foto gemaakt van dit beeld. Dit is het laatste wat ik zag voordat mijn vrouw de telefoon oppakte. Vanaf nu zou, hopelijk, alles anders worden.

Het was een kort gesprek: “Met Els. Ja. Ja, dat klopt. Ja. Oke…Oke. Dag.”

Onze dochter had met grote waarschijnlijkheid het syndroom van Down. Mijn hart stroomde over van vreugde. “Een NIPT biedt geen 100% waarheid”, hadden ze eerder gezegd in het ziekenhuis. “Het is voor 99,7% betrouwbaar.” Maar wij hebben het voor het gemak naar boven afgerond en het leven gevierd als nooit tevoren. In de tent. Aan de telefoon. Aan de eettafel.

Twee maanden na het nieuws hebben we de zwangerschapscursus toch maar weer opgepakt. Down of geen down, je krijgt nog steeds een kind. “Welkom allemaal. We beginnen eerst met een voorstelrondje. Noem even je naam en vertel kort hoe het gaat met jullie zwangerschap”. Blij als een kind keken mijn vrouw en ik elkaar aan. Gaan we het vertellen? Ja, we gaan het vertellen. Mag ik het zeggen? “Hoi, wij zijn Els en Selfet. Wij krijgen een dochter….en ze heeft een hartafwijking en syndroom van Down”. Nou, die jaloerse blikken he? Je had ze moeten zien, met hun ‘wondertjes’.

En niet alleen daar hoor. Zodra je boven het maaiveld uitsteekt probeert iedereen het te relativeren. Dat het heel normaal is enzo, dat elk kind bijzonder is. Het is toch afgunst denk ik. Maar ik snap het wel, niet elke ouder heeft het geluk om een kind met een hartafwijking te krijgen, laat staan een kind met Down.

Drie maanden na het nieuws werd ons dochtertje geboren. Ze was niet slap en ook niet blauw. Ze was roze en had hele sterke spieren. Net als elke andere baby. Dat was een beetje een teleurstelling, maar we vertrouwden op het ziekenhuis die bleef spreken over een hartwijking met kans op syndroom van Down. En al gauw zagen we de eerste tekenen al: die oortjes, die oogjes, ja hoor. En haar kortademigheid en blauwe voetjes wezen toch echt op een prachtige hartafwijking. Maar het ziekenhuis wil alles zeker weten, dus het was pa ná bloedafname dat ze zeiden dat ons dochtertje echt Down heeft. Maar wij waren het allang gewend. Gek eigenlijk hoe snel zoiets moois zo normaal kan worden.

6 maanden na het nieuws mocht ik mijn dochter op de operatietafel leggen. Mijn vrouw en ik moesten er om vechten, maar uiteindelijk ging ze overstag. “Vooruit, ga jij maar”. Na een operatie van 5 uur zag onze dochter er uit als een ballon aan tientallen draadjes en buisjes. Wat een feest. Maar helaas, time flies when you are having fun: al na een dag mocht ze van de IC af. Na een week had ze alleen nog maar een streepje op haar borst en mocht ze naar huis. Ach, we waren allang blij dat we dit hebben mogen meemaken. Gelukkig hadden we de foto’s nog, maar na enkele maanden hadden we het er niet eens meer over.

Tja en nu, anderhalf jaar na het nieuws ben ik 40 geworden en bedenk ik me dat alles een proces is. Alles wordt normaal. Of je het nou wil of niet. Maar gelukkig hebben we de toekomst nog. We zouden graag nog een kindje willen. Wie weet is daar ook iets mee. We durven het niet te wensen, maar er is niks mis met een beetje hopen toch?

Vurige Tongen 2015

Zondag 24 mei speel ik mee in het cabaretprogramma van Vurige Tongen, het driedaags literair-, cultureel- en muziekfestival in het kunstenaarsdorp Ruigoord (Amsterdam). Ik vertel een verhaal uit mijn cabaretvoorstelling Kruispunt. In het cabaretprogramma spelen ook Brigitte van Bakel, Maamke Hoogendoorn en Inge van Ulden.

Vurige Tongen staat dit jaar in het teken van het 50 jarige “jubileum” van Provo. Het programma bestaat uit dichters, schrijvers, muziek, cabaret en beeldende kunst. Er kan gekampeerd worden en er is een uitgebreid jeugdprogramma. Bekijk hier het programma en bestel tickets via de Vurige Tongen website. Het festival is van 23 tot en met 25 mei.

 

De Koning Sterft door De Theaterkamer Amsterdam

Vrijdag 6 maart en zaterdag 7 maart speel ik mee in “De Koning Sterft”, gepresenteerd door De Theaterkamer Amsterdam.

De Koning Sterft

Wat doe je als je te horen krijgt dat je over anderhalf uur zult sterven? Het overkomt Koning Berenger de Eerste: de ooit zo machtige vorst van een groot koninkrijk sterft. Aan het einde van de voorstelling om precies te zijn. En zijn koninkrijk sterft met hem mee. Eeuwenlang heeft de koning zijn eigen dood uitgesteld. Nu heeft het uur van de waarheid eindelijk geslagen. Hij gaat de strijd aan met het onvermijdelijke.

“De Koning Sterft” is een absurd drama geschreven door Eugène Ionesco in 1962. Ionesco wordt als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het absurde toneel gezien.

Deze productie wordt gespeeld op vrijdag 6 maart en zaterdag 7 maart 2015 in Het Amsterdams Theaterhuis.

Reserveren

Kaarten voor vrijdag 6 maart 2015: bestel hier
Kaarten voor zaterdag 7 maart 2015 : bestel hier

Spelers:
Marco Bakker
Martijn Toonen
Selfet Köse
Klaartje Kuitenbrouwer
Wandrina Heiderman
Amber Huizinga
Wilma Beniers
Anke van Kruistum
Floor Richters
Judy Berkhout
Marlies Hoogvliet
Evan van Velzen

Regie:
Wilfred van de Peppel

1 2 3 4